Een artists impression van het hotel op het Luciferterrein.
EINDHOVEN - De Holland Art Group (HAG), BMV en Land 's-Heeren verwachten volgend jaar te kunnen starten met de bouw van een hotel op het Luciferterrein in de Eindhovense wijk De Bergen. Ook de gemeente Eindhoven liet donderdagavond op een informatieavond over de hotelplannen weten ervan uit te gaan dat er in 2015 begonnen kan worden met de realisatie.
Maar buurtbewoner Frank Coolen zegt ook tegen het nieuwe ontwerp, noodzakelijk door een uitspraak van de Raad van State, bezwaar te maken. "Omdat ik me mateloos stoor aan de procedure rond dit plan.."
Merlijn Wijen van de gelijknamige goudsmid aan de Bergstraat begrijpt de weerstand van omwonenden tegen de plannen, maar is zelf niet tegen. "Ik denk dat het plan qua stadsontwikkeling een aanwinst is voor Eindhoven maar misschien te groot voor deze buurt", zegt ze. "Ik zou persoonlijk liever zien als het terrein naast een bouwbestemming ook een echte groene invulling zou krijgen. Zo'n initiatief als nu met de stadstuin op het Luciferterrein heeft echt meerwaarde."
De gemeente heeft het Luciferterrein tot eind 2014 beschikbaar gesteld om er een stadstuin te ontwikkelen. Inmiddels staan er honderden bloembakken vol groen. "Veel mooier dan bebouwing", zegt Ad Peijnenburg, één van de bezwaarmakers van het eerste uur "Volgens mij is deze avond alleen bedoeld om weer een beetje meer terrein te winnen om de plannen te kunnen uitvoeren."
Jef van Loon, namens de ontwikkelaars projectleider, spreekt dit tegen. "We hebben niet de intentie om hier zo maar iets neer te zetten. We willen onze plannen zoveel mogelijk in samenspraak met de buurt doen."
|
07 september 2014
ED 22 mei 2014 Buurt aarzelt over hotel De Bergen
08 april 2013
OB 03-04-2013 Hotel van vijftien meter te hoog voor Eindhovense gebied De Bergen
Stilte
De Raad van State oordeelt dat de bewoners van het uitgaangsgebied helemaal niks tegen stadsrumoer aan de voorkant van hun huizen hebben omdat die binnenruimte hun rust en stilte biedt. De Raad vindt dat daar geen vijftien meter hoog hotel past.
ED 06-04-2013 Hotelplan De Bergen aangepast na uitspraak
Stroeken gaat er ondanks de nieuwe tegenslag nog steeds vanuit dat het hotel er na jaren van plannen maken en procedures doorlopen uiteindelijk wel komt. "De tijdsplanning is voor mij wat dat betreft niet eens zo belangrijk, het gaat erom dat we uiteindelijk een mooi plan kunnen realiseren."
De gemeente kon gisteren nog niet op de deze week gedane uitspraak van de Raad van State reageren. Volgens een gemeentewoordvoerster wordt de uitspraak nog nader bestudeerd.
BRON
ED 04-04-2013 Raad van State steekt stokje voor HAG-hotel
BRON
07 april 2013
ED 12-02-2013 'Inspraak van Berghotel is wassen neus'
bron: Eindhovens Dagblad (12-02-2013)
BRON
07 maart 2012
ED 07-03-2012 De Bergen naar rechter om hotel Luciferterrein

Ze vragen de rechter maatregelen om te voorkomen dat de gemeente definitieve besluiten neemt over de bouw van een nieuw hotel op het terrein zolang hun bezwaren nog in behandeling zijn bij de Raad van State.
Karakter
Bij datzelfde orgaan hebben de omwonenden bezwaar aangetekend tegen de afwijzing door de gemeente van hun bezwaren tegen de vaststelling van een speciaal 'mini-bestemmingsplan' dat de bouw van een hotel (met ongeveer zestig kamers), restaurant en galerie door de Holland Art Group op het al tientallen jaren braakliggend Luciferterrein mogelijk maakt. Buurtbewoners vrezen geluid- en verkeersoverlast, verlies van uitzicht en privacy en aantasting van het bijzondere karakter en uiterlijk van de buurt.
Opvallend
Wat de aantasting van het karakter van de buurt betreft, is het opvallend dat het eerste ontwerp voor de nieuwbouw, dat redelijk bij de bestaande bebouwing van de Bergen paste, door de gemeente is afgekeurd. De nieuwbouw moest een 'industriëler karakter hebben' als link naar het vroegere gebruik van het terrein door bedrijven.
Lees donderdag meer in het ED
Natuurlijk brengt een hotel extra overlast met zich mee, zeker als er geen toereikende parkeervoorzieningen zijn (parkeergarage?).
Daarnaast wil de eigenaar van het onroerend goed (Gemeente Eindhoven) maar al te graag meewerken aan een nieuw project, wat vnl een prestigeprojectje lijkt.
Daarvoor worden meerdere ondernemers van de Kleine Berg in de crisistijd ongevraagd uit hun huisvesting gezet, zonder dat hen passende alternatieven worden geboden.
Het geeft te meer aan, waar de prioriteiten van de Gemeente Eindhoven liggen.
Zij weten het altijd beter, zijn overal tegen.
Zitten het samen gezellig te weten
Presteren zelf echter niets!
09 februari 2012
GEM 19-01-2012 1e Uitwerking De Bergen (hotel Bergstraat)
Het bestemmingsplangebied
Het plangebied ligt in het centrum van het stedelijk gebied van Eindhoven, ten westen van de Binnenstad in de buurt De Bergen. Het plangebied betreft het voormalige Van der Schootterrein - het braakliggend binnenterrein dat is omsloten door de bebouwing van de Kleine Berg, de Grote Berg en de Bergstraat - waar destijds de voormalige Mennen en Keunen luciferfabriek heeft gestaan.
Raadplegen digitaal bestemmingsplan
Het bestemmingsplan kan via de landelijke website worden geraadpleegd.
Klik hier om het bestemmingsplan te bekijken.
De bronbestanden zijn hier beschikbaar.
Downloaden documenten
Ter inzagelegging
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven heeft op 10 januari 2012 het uitwerkingsplan 1e uitwerking De Bergen (hotel Bergstraat) vastgesteld.
Het uitwerkingsplan ligt met ingang van donderdag 19 januari 2012 tot en met donderdag 1 maart 2012 ter inzage bij het Inwonersplein in het Stadskantoor.
Daarnaast kan het vastgestelde bestemmingsplan worden geraadpleegd op de landelijke website.
Instellen beroep
Vanaf vrijdag 20 januari 2012 tot en met donderdag 1 maart 2012 kan beroep worden ingesteld tegen het vaststellingsbesluit. Beroep kan worden ingesteld door:
- iedere belanghebbende die tijdig zijn of haar zienswijze tegen het eerdere ontwerpuitwerkingsplan bij de gemeente kenbaar heeft gemaakt;
- iedere belanghebbende die aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om zijn zienswijze tegen het voorgaande ontwerpuitwerkingsplan bij de gemeente kenbaar te maken.
Een beroepschrift kunt u indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.
Een beroep heeft geen schorsende werking. De indiener van een beroepschrift kan de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter kan dit doen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Een dergelijk verzoek dient te worden gestuurd aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ‘s- Gravenhage.
Het besluit tot vaststelling van het uitwerkingsplan treedt in werking met ingang van 2 maart 2012. Indien gedurende de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de inwerkingtreding van het vaststellingsbesluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist.
08 september 2011
ED 25-08-2011 Negentien bezwaren tegen bouw hotel Bergen
De 'zienswijzen' op het door B en W goedgekeurde ontwerp bouwplan voor 'hotel Bergstraat' zijn afkomstig van buurtbewoners.
Zij maken zich vooral zorgen over de veiligheid in en leefbaarheid van de buurt, als gevolg van een groeiend aantal verkeersbewegingen. Ook voorzien de buurtbewoners meer parkeeroverlast. Verder vrezen enkele omwonenden een aantasting van hun privacy door de hoge bebouwing (maximaal vier bouwlagen).
© Eindhovens Dagblad 2011, op dit artikel rust copyright.
(voor 26 juli 2011 opsturen!) nspraakreactie 1e Uitwerking Bestemmingsplan De Bergen
Aan het college van B&W
Postbus 90150
5600 RB Eindhoven
Datum (voor 26 juli 2011 opsturen!)
Onderwerp: Inspraakreactie 1e Uitwerking Bestemmingsplan De Bergen
Geacht college,
Met belangstelling worden de ontwikkelingen rond de totstandkoming en uitwerking van Bestemmingsplan De Bergen vanuit de buurt gevolgd. De ter inzage legging van het ontwerp uitwerkingsplan ‘ 1e uitwerking De Bergen (hotel Bergstraat)’ is voor ondergetekende aanleiding tot het maken van de volgende algemene opmerkingen:
1- In de toelichting op het uitwerkingsplan is beschreven dat de visie in goed overleg tot stand is gekomen en dat sprake is van een ‘ gedragen’ moederplan. Namens de bewoners van het plangebied is met de gemeente veelvuldig overleg geweest over de toekomst van het plangebied, wat heeft geleid tot een in overleg tot stand gekomen en gedragen centrumvisie.
Deze is vervat in ‘De Bergen, Quartier Vivant, Uitvoeringsprogramma de Bergen, vastgesteld door de Gemeenteraad op 8 januari 20081 ’. De daarin op pagina 142 en 153 aangegeven ambitie en kaderstellingen (publieksgerichte functie (die geen overlast veroorzaakt voor de omwonenden), zorgvuldig inpassen van authentieke gebouwen, geinspireerd op de architectuur en schaal van de Bergen, rode baksteen architectuur, geveldetaillering en mix van kapvormen, streven naar ontsluiting via de Grote berg, streven naar integratie van de expeditie in de ondergrondse garage, zijn allemaal verdwenen in dit moederplan. Alle elementen die de instemming vanuit de omwonenden hadden, zijn niet vertaald in deze uitwerking!
Echter, u geeft aan dat het moederplan wordt gedragen: voor een groot deel van de bewoners van het gebied De Bergen geldt dat zij van mening zijn dat het moederplan niet in overeenstemming is met de visie en het moederplan wordt nadrukkelijk NIET gedragen. De buurtvereniging ziet de visie niet terugkomen in het moederplan! Dit zal, gezien de hierover ingediende klacht, ook voor u duidelijk zijn. Wij stellen dan ook dat het misleidend is deze formulering als zodanig in het plan op te nemen en hiermee een verkeerde voorstelling van zaken te presenteren.
2- Centraal punt in de visie is dat het karakter van de buurt beschermd moet worden. Dit karakter wordt bepaald door de ligging nabij het centrum en de bijzondere combinatie van verscheidene functies, waaronder de woonfunctie. Met de ontwikkeling van een hotelvoorziening ter plaatse van het onderhavige plangebied wordt het karakter van de buurt onevenredig aangetast.
3- Een hotelvoorziening betekent een forse toename van de verkeersdruk, parkeerdruk, geluid (waaronder het komen en gaan van bezoekers, horecageluid afkomstig van terras, ventilatoren en voorzieningen ten behoeve van de luchthuishouding, etc.) en een heel andere typering van dit bijzondere stukje Eindhoven. De woonfunctie wordt hiermee onevenredig onder druk gezet en de woonomgeving wordt door de druk van een hotelfunctie sterk gewijzigd. Het karakter dat in de visie wordt beoogd te beschermen, wordt met deze voorgestane ontwikkeling onomkeerbaar aangetast.
Naast deze algemene opmerkingen zijn er diverse punten in de inhoud van het plan waar ondergetekende op reageert:
4- In het moederplan wordt de uitgaven Bedrijven en Milieuzonering 2001 toegepast. In het uitwerkingsplan gaat u uit van de editie 2009 van deze richtlijn. De aard van de richtlijn is tussen deze twee uitgaven sterk veranderd: in de nieuwste editie gaat het om gemotiveerd toepassen en kunnen afstanden in een gemengd gebied tot 0 meter worden teruggebracht.
a. Er is hier sprake van discrepantie tussen het moederplan en de uitwerking. Doordat de inhoud van de richtlijn zo is veranderd, treedt het uitwerkingsplan hiermee buiten de in het moederplan gestelde kaders, hetgeen niet houdbaar is.
b. In de typering van het onderhavige plangebied wordt geen rekening gehouden met de huidige situatie. Juist door de inpassing van de hotelvoorziening met bijbehorende functies verandert de typering van het gebied, waarmee vervolgens verder wordt geredeneerd. U dient uit te gaan van de huidige situatie, en daarop de mogelijkheden van inpassing van een beoogde functie te beoordelen. Met de door u gehanteerde onjuiste werkwijze redeneert u toe naar het mogelijk maken van een hotelvoorziening, zonder rekening te houden met de in de visie vastgelegde doelstellingen.
5- Door de ontwikkeling die in het uitwerkingsplan wordt voorgesteld zal een toename van de bedrijvigheid, de verkeersdruk en de parkeerdruk optreden. De effecten hiervan zijn volstrekt onvoldoende in de besluitvorming betrokken om hierover een zorgvuldige afweging te kunnen maken. Dit komt tot uitdrukking in de volgende onderdelen:
a. De geluidstoename door de vestiging van de nieuw te ontwikkelingen functies op bestaande geluidsgevoelige functies is in het geheel niet onderzocht en daarmee niet inzichtelijk. Terwijl het plan volgens het uitvoeringsplan als kader kent; ‘Voor omwonenden is het van belang naast de drukke straatzijde een rustige, luwe achterzijde te hebben. Overlast van publieksfuncties op het Luciferterrein dient voorkomen te worden ‘. Desondanks wordt een hotelvoorziening met terras in de buitenruimte (waar op basis van het gemeentelijke evenementenbeleid ook live muziek en muziek in de open lucht mag worden geproduceerd) en een entree/parkeervoorziening (met het bijbehorende geluid van het komen en gaan van bezoekers, slaan van portieren etc.) in de directe nabijheid van bestaande woningen gesitueerd. Opgemerkt wordt dat de locatie waar het afval wordt verzameld (onder meer de glasbak) op zeer korte afstand van een bestaande woning is gesitueerd. De parkeervoorziening wordt kunstmatig geventileerd: er wordt niet duidelijk gemaakt welke geluidsuitstraling met deze luchthuishouding en die van de rest van het gebouw samenhangt. In de ontworpen situatie moeten vrachtwagens voor de bevoorrading en het ophalen van afval achteruit insteken: los van het rijgeluid en het geluid van het laden en lossen geeft de achteruitrijdsignalering overlast voor de omwonenden. Er zal op zijn minst een akoestisch onderzoek gedaan moeten worden naar de geluidsuitstraling van alle relevante activiteiten op bestaande woningen om tot een zorgvuldige afweging te kunnen komen. Naar ik hoop ten overvloede wordt opgemerkt dat u als gemeente hierbij, naast een zuivere toetsing aan de geluidsbelasting op de geluidsnormen, ook rekening dient te houden met de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening, waarbij u nu in de gelegenheid bent om een toekomstige klachtensituatie te voorkomen! Dit geldt eens te meer nu de bestaande woningen al decennia lang op de locatie aanwezig zijn, niet zijn geïsoleerd en dus meer last van geluid van buiten voor de bewoners ontstaat dan bij een ‘standaardwoning’ volgens de akoestische benadering en dat dit in een aantal gevallen ook niet kan, omdat het om monumentale, beeldbepalende panden gaat in de Kleine Berg en de Bergstraat.
b. De toename van de verkeersdruk is onvoldoende inzichtelijk gemaakt in zowel het moederplan als deze 1e uitwerking.:
De huidige verkeerssituatie is niet in beeld gebracht, zodat er geen referentie mogelijk is. Het maakt veel uit of sprake is van een toename van circa 123 mvt/etmaal op in de huidige situatie 100, 1000 of 10.000 mvt/etmaal. Door alleen de toename te benoemen wordt geen volledig beeld geschetst, en een zorgvuldige en juiste beoordeling onmogelijk gemaakt. Bij de uitwerking wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag, terwijl in de verkeerstoets zelf al wordt gesteld dat de pieken van verkeersbewegingen liggen in de avonduren en in het weekend. Dit is onduidelijk en niet compleet! Er wordt bij de afhandeling van het verkeer over de ontsluitende wegen dus uitgegaan van een niet maatgevende periode?
In bijlage 1 van het uitwerkingsplan wordt bovendien melding gemaakt van geheel andere verkeersgegevens, te weten an 316 mvt/etmaal plus 16 zmvt/etmaal en ook een keer van 217 mvt/etmaal. Wat nu de juiste status is van welke gegevens is niet duidelijk, zodat een juiste beoordeling niet mogelijk is.
In paragraaf 5.1 van de verkeerstoets wordt geconcludeerd dat de verkeerseffecten niet zullen leiden tot problemen. Door u is al erkend dat sprake is van een zwaar belaste situatie vanuit verkeer en parkeren. Daarbij kunnen we dagelijks vaststellen dat er opstoppingen en gevaarlijke situaties, met name voor fietsers en parkeerders, voorkomen. Iedere extra belasting dient dus zorgvuldig te worden afgewogen. Bij het bepalen van hoeveel extra verkeersbewegingen dient op zijn minst een afweging tegen de huidige verkeersdruk plaats te vinden, om enige zinvolle conclusie te trekken. Deze ontbreekt in de toelichting.
Het terrein waarop de ontwikkeling van het hotel is voorzien, wordt in de huidige situatie veelvuldig gebruikt voor het parkeren van koelwagens en andere bevoorradingswagens voor de horeca en detailhandel in het gebied. De bevoorrading van deze al bestaande voorzieningen wordt ernstig bemoeilijkt als deze standplaats voor het laden en lossen in de toekomst niet meer gebruikt kan worden. De wijze waarop bevoorrading dan plaats zal vinden heeft zeker invloed op de verkeersstroom en de parkeerdruk, maar is ten onrechte niet in uw afweging betrokken.
In de verkeerstoets wordt wisselend gesproken over de toename van het aantal verkeersbewegingen: 123 mvt/etmaal op de drie omliggende wegen (dus 3*123?) of 123 mvt/etmaal totaal?
Bij het bepalen van de toename van het aantal verkeersbewegingen is niet duidelijk van welke veronderstellingen is uitgegaan. Er wordt uitsluitend ingegaan op de verkeersaantrekkende werking van de hotelfunctie, terwijl er maar dan alleen een hotelvoorziening wordt mogelijk gemaakt. Aangegeven wordt dat bezoekers van de Art Gallery niet in de bepaling zijn betrokken, omdat deze functie al in het gebied aanwezig is. Elders stelt u zelf dat het gaat om het invullen van een braakliggend terrein. Deze laatste stelling is juist, er is op dit moment zeker geen Art Gallery aanwezig. Bezoekers aan deze functie dienen alsnog bij de bepaling van de verkeersaantrekkende werking te worden betrokken.
Naast de verkeersaantrekkende werking worden specifiek voor de bevoorrading en het afval ophalen verkeersbewegingen met grotere voertuigen te weeg gebracht door deze ontwikkeling. Met het nu gepresenteerde plan is niets meer over van de eerder met de klankbordgroep besproken ideeën over de ontsluiting, met name voor deze grotere voertuigen. Zoals het plan nu gestalte heeft gekregen is er niet gezocht naar een goede oplossing, maar bevonden dat er maar 1 mogelijkheid is, dus die moet dan maar. Juist deze ene mogelijkheid brengt grote problemen met zich mee: de vrachtwagens moeten vanaf een zeer drukke weg (waar bij normaal parkeren door auto’s al regelmatig opstoppingen optreden) achteruit insteken naar de laad- en losruimte. Hierbij moet de chauffeur in een onoverzichtelijke situatie achteruitrijdend rekening houden met de geparkeerde auto’s en met langskomende fietsers. Dat dit verkeershinder en extra opstoppingen met zich brengt is evident, gevreesd wordt dat in deze toch al gevaarlijke situatie ook persoonlijke slachtoffers zullen vallen. Deze nadelen voor de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid zijn bij de afweging en planvorming in het geheel niet betrokken, terwijl deze zaken onderdeel zijn van een goede ruimtelijke ordening. Bij het ontbreken van een goede en veilige ontsluiting van de ontwikkelingslocatie kan er maar een conclusie zijn: de locatie is niet geschikt voor de voorgestane ontwikkeling!
In paragraaf 5.2 van de verkeerstoets bij het plan (bijlage) wordt als aanbeveling gedaan dat het laden en lossen zoveel mogelijk buiten de winkeltijden dient plaats te vinden. Er is dan wellicht iets minder hinder voor de verkeersdoorstroming, maar nog steeds een belangrijke, onacceptabele toename van de onveiligheid. Bovendien wordt dan juist geladen en gelost in de tijden dat dit voor de omwonenden het meest hinderlijk is, zonder dat u deze hinder in uw afweging heeft betrokken.
Er is onvoldoende inzicht in de verkeersaantrekkende werking zoals die door u is aangenomen bij het vaststellen van het moederplan in relatie tot deze uitwerking en de uitwerkingen die nog zullen volgen. Het weinig inzichtelijke verkeersrapport en de onduidelijke aannames leiden voor ons tot de conclusie dat een onderzoek naar de luchtkwaliteit voor het totale effect van het plan of de verkeersstromen ten onrechte achterwege is gebleven (zoals op het Fens-terrein, waar nu nog in parkeerruimte wordt voorzien, locatie ED, Klein Paradijs en hoek Keizersgracht / Kleine Berg).
Tot slot wordt hier opgemerkt dat in de visie de intentie is vastgelegd om te streven naar een verkeersluw centrum en het ontmoedigen van autoverkeer in de wijk. Gezien het bovenstaande kan gesteld worden dat het uitwerkingsplan voor een hotelvoorziening in strijd is met hetgeen in samenspraak in de visie is vastgesteld.
c- de parkeervoorziening is berekend op basis van een aantal aannames en voldoende bevonden met in acht neming van de alternatieve parkeervoorzieningen in de omgeving. Bij de alternatieve parkeervoorzieningen wordt rekening gehouden met 87 parkeerplaatsen op het Fenz-terrein. Opgemerkt wordt dat het parkeren daar door uw gemeente als illegaal wordt aangemerkt en daardoor redelijkerwijs niet in de afweging kan worden betrokken. U stelt dat dit een uitwijk mogelijkheid is, terwijl parkeren daar nu niet gewenst is, en in de toekomst onmogelijk zal worden gemaakt (de locatie is nota bene genoemd als ontwikkelingslocatie in het moederplan).
Los van de status van het Fenz-terrein is de parkeerdruk in het gebied nu al bijzonder hoog. Voor de parkeerproblematiek wordt naar een oplossing gezocht. Met de in het uitwerkingsplan gekozen invulling van dit terrein wordt de mogelijkheid van uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen in het gebied teniet gedaan en een oplossingsrichting gesloten. Bij het selecteren van het plan van HAG is juist rekening gehouden met een ontwikkeling op deze locatie die de parkeerdruk voor de omgeving kan opvangen, door een aantal publiek toegankelijke parkeerplaatsen te realiseren. De argumenten die in uw beslissing d.d. 21 april 2006 hebben geleid voor een keuze voor het huidige plan worden in het geheel niet waargemaakt in deze uitwerking.
6- In hoofdstuk 5 van de toelichting wordt gerefereerd aan een afweging over de luchtkwaliteit in het moederplan. Het lijkt er op dat de verkeersstudie uitsluitend voor dit doel is gemaakt, en niet om te komen tot een zorgvuldige afweging van de verkeerseffecten in de omgeving van het plan (zie hierboven). De wijze waarop op het moederplan wordt teruggegrepen is niet duidelijk toegelicht: is voor het gehele plangebied van het moederplan uitgegaan van een toename van 716 mvt/etmaal of alleen voor dit uitwerkingsgebied?
In het plan wordt geen aanduiding van de heersende luchtkwaliteit in het gebied weergegeven. Gezien de bebouwing op korte afstand van de zwaarbelaste wegen, regelmatig optredende opstoppingen en de aanwezigheid van voor luchtkwaliteit gevoelige functies strekt uw verantwoordelijkheid verder dan het uitsluitend bekijken of u wel of niet moet gaan onderzoeken: om goede ruimtelijke ordening te bedrijven dient iedere verdere belasting van een toch al zwaar belaste situatie deugdelijk onderbouwd te worden! Deze onderbouwing ontbreekt, zodat geen sprake is van een zorgvuldige beschouwing van de feiten en een hierop gebaseerde afweging.
7- In paragraaf 5.6 van de toelichting op het uitwerkingsplan stelt u zelf vast dat er sprake is van een leemte in het onderzoek naar de aanwezigheid van diersoorten (vleermuizen) in de te slopen schoorsteen. Deze leemte wordt ingevuld tijdens uitvoering van de werkzaamheden. Deze oplossing is niet in de strekking van de natuurbeschermingsregels. Door de werkzaamheden te starten zonder de benodigde informatie tot de beschikking te hebben, maakt het onmogelijk om bij het constateren van de aanwezigheid van vleermuizen hierop op juiste wijze en met respect voor de soort te reageren. De vleermuizen worden eerst door de werkzaamheden verstoord, zodat van een juiste bescherming geen sprake kan zijn. In deze paragraaf wordt tevens een boom benoemd: de rooi en terugplant hiervan komt niet terug in de uitwerking.
8- In paragraaf 6.2 wordt verwezen naar een tabel 1. Deze tabel is niet aanwezig?
9- In paragraaf 6.3 wordt verwezen naar ‘ het definitieve ontwerp’. Niet duidelijk is welk ontwerp hiermee bedoeld wordt.
In deze paragraaf wordt tevens ingegaan op de grondwaterstand. Voor de realisatie van de parkeervoorziening dient de grondwaterstand verlaagd te worden en wordt t.z.t. een bemalingsplan opgesteld. Echter, in de huidige situatie doet zich al overlast voor ten gevolge van de grondwaterstand in en om het plangebied. Bij andere ontwikkelingen waarbij de grondwaterstand verlaagt moest worden traden zodanige onvoorziene problemen op, dat de werkzaamheden stil gelegd zijn. Als voorbeeld wordt genoemd de uitvoering van het plan Spijndhof werd ook voorgesteld het terrein te bemalen. Vanwege het hoge grondwaterpeil en de overal in De Bergen aanwezige vervuiling werd daar vanwege niet te voorziene meerkosten vanaf gezien omdat het bemalen er voor zorgde dat alle verontreiniging met het grondwater mee naar het te bemalen terrein werd gezogen. Ook bij plannen voor Klein Paradijs (B&B) heeft de uitbater recentelijk afgezien van verdere ontwikkeling in verband met de in het grondwater aanwezige vervuiling, omdat de kosten boven de baten uit zouden gaan. Op de hoek van de Paradijslaan / Grote Berg is bij het plannen van een parkeergarage voor een bouwtechnische, duurdere bouwvoorziening, omdat het omlaag brengen van de grondwaterstand vanwege de vervuiling tot te hoge kosten zou leiden.
In De Bergen wordt zeer terughoudend omgegaan met het verlagen van de grondwaterstand. Daar waar dit wel is gedaan zijn er meteen problemen opgetreden met de aanwezige begroeiing (bomen die onvoldoende bij water konden) en het vollopen van kelders.
Omdat de verlaging van de grondwaterstand terdege van invloed kan zijn op de waterhuishouding in het plangebied, stellen wij dat dit in samenspraak met het waterschap dient te worden beoordeeld. Dit is nu niet gebeurd!
10- In paragraaf 7.2 wordt verwezen naar de toetsing van het uitwerkingsplan aan de uitwerkingsregels van het moederplan. Dit onderdeel leidt ook tot vragen/opmerkingen.
Onder onderdeel b wordt aangegeven dat de bebouwing is afgestemd op de omliggende bebouwing. In plaats van te zoeken naar een passende invulling binnen op de omgeving afgestemde bouwhoogtes, is uitsluitend gezocht naar hoge punten waarop aangesloten zou kunnen worden. Met deze keuze komt het plan tot een combinatie van het voor de buurt zo typerende grondgebonden wonen in de binnenstad, met direct naastgelegen grote en zeer hoge bouwmassa, zodat een enorme aanslag wordt gedaan op uitzicht, privacy en bezonning en de karakteristiek van de buurt geweld wordt aangedaan. Dit is zowel strijdig met de in de visie vastgelegde uitgangspunten als met een goede ruimtelijke ordening.
Onder E wordt vermeld dat rekening is gehouden met zoninval in de omliggende tuinen. Deze afweging komt in het geheel niet aan de orde in het uitwerkingsplan en is hiermee niet conform de uitwerkingsregels. Niet duidelijk is hoe de zoninval in de besluitvorming is betrokken. In een eerder stadium zijn enkele verwijzingen naar studies gedaan,maar deze zijn niet gekoppeld aan de huidige situatie, er werd geen rekening gehouden met opbouw van technische installaties op het dak terwijl deze ook schaduw werpen en de definitieve resultaten zijn niet opgenomen bij het uitwerkingsplan en daarmee niet voldoende inzichtelijk.
In onderdeel I wordt vermeld dat expeditie zorgvuldig moet worden ingepast. Er bleek in de praktijk slechts 1 optie mogelijk, en ondanks alle belangrijke nadelen was het hierbij slikken of stikken (zie hierboven). Er is dus geen sprake van een zorgvuldige inpassing!
Onderdeel K: de status en het karakter van het binnenterrein zijn onvoldoende duidelijk. Uit het uitwerkingsplan kan niet worden afgeleid of het binnenterrein openbaar, niet-openbaar of iets daartussenin zal zijn. De verankering van het karakter en de toegankelijkheid voor voetgangers in de toekomst is eveneens volstrekt onduidelijk. De wijze waarop de sociale veiligheid door het binnenterrein wordt beïnvloed is eveneens niet aan de orde gekomen, terwijl dit een belangrijk punt is: nabij het uitgangsgebied wordt een halfafgesloten terrein met beperkt / geen toezicht gerealiseerd. Het lijkt of dit punt volledig aan uw aandacht is ontsnapt.
Onderdeel L: de waterparagraaf ziet niet op de gevolgen van de ondergrondse waterhuishouding door het aanpassen van de grondwaterstand, terwijl dit grote effecten kan hebben. Het plan schiet op dit punt tekort.
Onderdeel O: van het uitgangspunt van de ondergrondse afvalinzameling is erg gemakkelijk afgestapt, namelijk omdat er een bovengronds alternatief voorhanden blijkt te zijn. Dit argument is erg licht om van een in goed overleg overeengekomen uitgangspunt af te wijken, waarbij bovendien geen rekening is gehouden met eventuele overlast door geluid (bij weggooien afval en ophalen hiervan) en het verkeershinder (komst vuilnisophaal).
Onder onderdeel P wordt vermeld dat in samenspraak met de buurt een lijst van planuitgangspunten is opgesteld. Zoals aan het begin van dit schrijven is verwoord, is inderdaad sprake van een lijst van uitgangspunten, maar wordt de wijze waarop deze punten bij de uitwerking van het plan zijn betrokken niet door de buurt onderschreven!
Ten slotte moeten wij constateren dat u streeft naar de ontwikkeling van een geheel nieuwe hotelvoorziening, terwijl in de bijlage van het plan zelf al wordt gesteld dat er in de nabije toekomst sprake zal zijn van een overcapaciteit aan hotels en hotelkamers in Eindhoven en omgeving. De binnenstad van Eindhoven beschikt in de huidige situatie over voldoende capaciteit, zodat er geen sprake is van een behoefte aan deze voorziening. De capaciteit van hotels en hotelkamers is in De Bergen in de laatste jaren enorm toegenomen (komst van de hotels Lumiere, Hooghuisstraat, Allicht – Wilhelminaplein, Low Budgethotel in de Heilige Geeststraat). Op termijn zal dit betekenen dat er hotels leeg komen te staan of gaan verloederen, wat de ruimtelijke kwaliteit niet ten goede komt en zeker in een woonomgeving zeer negatieve gevolgen zal hebben. Het herbestemmen van gebouwen die oorspronkelijk als hotel zijn ingericht is moeilijk, zodat het kiezen voor een dergelijke ontwikkeling als invulling van het braakliggende terrein geen goede keuze kan worden gevonden.
In het vertrouwen dat u deze inspraakreactie ter harte neemt in de verdere procedure rond het 1e uitwerkingsplan De Bergen verblijf ik
Ondertekening
Handtekening
Naam
adres
